Make your own free website on Tripod.com
2. Welke soorten werkloosheid zijn er?
Er zijn 4 soorten werkloosheid, conjuncturele werkloosheid, structurele werkloosheid, frictiewerkloosheid en seizoenswerkloosheid.
Conjuncturele werkloosheid
De werkloosheid wordt hierbij veroorzaakt doordat de bestedingen omlaag gaan.
Mensen hebben minder te besteden. Doordat de bestedingen afnemen hoeft er ook minder geproduceerd te worden. Dat heeft weer als gevolg een daling van de werkgelegenheid. Mensen hebben een lager inkomen en hebben dus minder te besteden dit leid dus tot een daling van de werkgelegenheid. Maar bij de bestedingen gaat het niet alleen om de bestedingen van consumenten, maar ook de bestedingen van bedrijven en de overheid.
Deze werkeloosheid heeft te maken met de ontwikkelingen aan de vraagkant van de economie.
Oorzaak:
(1) Er is te weinig vraag naar het desbetreffende product.
Oplossingen:
(1) Opvoeren bestedingen.
(2) Belastingverlaging.
(3) Hogere overheidsbestedingen.
(4) Stimuleren investeringen (premies).
(5) Bevorderen export (subsidies).
Structurele werkloosheid
Er zijn 2 soorten structurele werkloosheid:
Kwantitatieve (kwantiteit = hoeveelheid) structurele werkloosheid
Er zijn te weinig arbeidsplaatsen vrij om iedereen een baan te kunnen geven.
Oorzaken:
(1) Vervanging van arbeid door kapitaal (mechanisering/automatisering).
(2) Verbeterde productiemethoden (hogere arbeidsproductiviteit).
(3) Verplaatsing van productie naar buitenland.
(4) Groei beroepsbevolking.
Oplossingen:
(1) Er moeten meer arbeidsplaatsen komen of vrijkomen.
(2) Uitbreidingsinvesteringen.
(3) Loonmatiging.
(4) Verlaging minimumloon en werkloosheidsuitkeringen.
(5) Ouderen eerder laten stoppen met werken (VUT = vervroegde uittreding).
(6) Stimuleren van deeltijdwerk (flexwerken).
(7) Een volle baan terugbrengen in uren (ATV) .

Kwalitatieve (kwaliteit = opleiding werkzoekenden) structurele werkloosheid
De werkzoekenden beschikken niet over de juiste kwaliteiten voor de banen die vrij zijn.
Oorzaken:
(1) De vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt sluiten niet goed op elkaar aan.
(2) Onvoldoende/eenzijdige scholing.
(3) Weinig geografische mobiliteit.
Oplossingen:
(1) De werkzoekenden stimuleren tot om/bij/herscholing te doen zodat ze wel geschikt worden voor de baan.
(2) Mensen stimuleren om ergens anders de baan die ze willen aan te nemen.
Frictiewerkloosheid
Hierbij gaat het om een korte tijd werkloos zijn. Als jongeren hun school verlaten hebben ze tijd nodig om een nieuwe baan te zoeken, het vinden van een baan kost gewoon tijd.
En de eerste 3 maanden waarin je werkloos bent, wordt je als frictiewerkloos beschouwd.
Het kenmerkende van frictiewerkloosheid is dat er wel werk is, maar dat het een tijdje duurt voordat iemand dat gevonden heeft.
Oorzaken:
(1) Lange sollicitatieprocedures en er is moeilijk informatie te verkrijgen.
(2) Ondoorzichtige arbeidsmarkt.
Oplossingen:
(1) Zorgen dat er snel en beter informatie te verkrijgen is zodat werkzoekenden sneller en beter zien waar banen zijn, werkgevers kunnen zo ook zien waar zij nog werknemers kunnen krijgen.
(2) Efficiëntere sollicitatieprocedures (ontslagrecht versoepelen).

Seizoenswerkloosheid

In de wintermaanden is er bij bepaalde banen geen werk. Bijvoorbeeld in de bouw, in de horeca en in de landbouw. De seizoenwerkloosheid heeft dus te maken met het seizoen.
In de zomer is er in een discotheek veel meer werk dan in de winter, omdat er in de zomer natuurlijk veel meer toeristen zijn.
Oorzaken:
(1) Soms hangt het van het weer af.
(2) Sommige tijden minder toerisme.
Oplossing:
(1) Zorgen dat er meer werk is in het stille seizoen.

 

[ 1 ] [ 2 ] [ 3 ] [ 4 ] [ 5 ] [ 6 ] [ 7 ] [ 8 ] [ 9 ] blabla....

:: VOLGENDE ::

:: INHOUDSOPGAVE :) ::